Voedsel
Het gebit van dieren geeft altijd hun voedingspatroon weer. Deze neushoornsoort had kiezen met zeer hoge kronen. Dat vertelt ons dat ze vooral gras aten. Het kiezelzuur in het harde gras slijt de tanden in de loop van een dierenleven horizontaal af; dit is ook waargenomen aan gevonden fossiele kiezen. Ze zullen rond 70 kilo per dag hebben gegeten, dat is een flinke hoeveelheid om bij elkaar te sprokkelen.
In het permafrost heeft men ijsmummies van deze diersoort gevonden. Daarin is zelfs de maaginhoud fossiel bewaard gebleven! Onderzoek daarvan wijst uit dat de wolharige neushoorn ook takken, schors en bladeren at. Waarschijnlijk at hij in de zomers op de mammoetsteppe vooral gras, maar verorberde in de schrale winters meer schors en takken.