1800 nieuwelingen
Wat de opvang van in beslag genomen dieren lastig maakt, is de onvoorspelbaarheid van wat er wanneer hulp nodig heeft. Dit geldt voor de opvanglocaties van gesmokkelde dieren wereldwijd net zo goed als voor lokaal opererende opvangcentra. Een aantal weken geleden bereikte ons vanuit het door Burgers’ Zoo Conservation ondersteunde natuurbehoudsproject Save Vietnam’s Wildlife het bericht van een bijzonder grote inbeslagname: maar liefst 1800 dieren zijn in één keer bij hun twee Vietnamese opvangcentra terecht gekomen. Grotendeels gaat het om reptielen, zoals slangen, varanen en schildpadden; en daarnaast om enkele vogels. U kunt zich de logistieke uitdaging hiervan vast voorstellen! Uit dozen, transportkratjes en kooien moesten de dieren verhuizen naar fatsoenlijke verblijven. Heel snel moet je uitvogelen welke behoeftes qua verblijfsinrichting en voeding elke soort heeft. Je moet natuurlijk ook de mankracht op de been kunnen brengen voor de dagelijkse verzorging van zoveel extra dieren. En wat dacht u van de training die nodig is voor de verzorgers, die nu opeens niet meer vogels of schubdieren verzorgen, maar bijvoorbeeld gifslangen! Over schubdieren gesproken: dat zijn de wereldwijd meest gesmokkelde dieren. Helaas komen ook zij heel regelmatig als inbeslagname bij Save Vietnam’s Wildlife terecht. Daarbij gaat het echter gemiddeld ‘slechts’ om een handvol dieren per week.
Gelukkig kunnen dieren die nog in de landen van herkomst in beslag genomen zijn, relatief vaak weer losgelaten worden in de natuur. Dat is natuurlijk afhankelijk van hun lichamelijke en fysieke conditie en of het habitat nog wel geschikt en veilig voor hen is. Lukt dat niet, dan betekent een inbeslagname ook de plicht tot goede verzorging van deze wilde dieren in de opvang. En dat is vaak vele jaren lang; bij onder meer papegaaien of kapucijnapen zelfs een aantal decennia lang.