Warm en koud
Vogelveren isoleren uitstekend en in de voeten hebben vogels een soort warmtewisselaar ingebouwd. Snel koud krijgt zo’n gier het dus niet, ook niet in de opener landschappen waar het ’s nachts kan vriezen. Zwarte gieren met hun donkere kop en zwarte veren warmen in de zon echter snel op. Dan helpt het om zijn vleugels te spreiden. Zo zie je ze ook in de Bush regelmatig zitten met de vleugels wijd. Ook tonen observaties aan dat ze hun kale nek meer of juist minder exponeren, naargelang of ze het warm hebben. Een aparte manier om af te koelen is over zijn eigen poten plassen: er ontstaat dan verdampingskoelte. Het urinezuur is trouwens zoals bij bijna alle vogels wit. Kortom: ziet u een gier met witte poten, dan heeft of had hij het warm. Is zijn nek ook lang gerekt, dan vindt hij het nu aan de warme kant. Veel succes bij het spotten van deze interessante vogels, in de zomerse Bush, waar het best warm kan worden, zoals u weet!